maandag 30 november 2009

De wastrommel

'Boezemen mijn honden u angst in, jonge kerel in mijn voorportaal?' 'Zeer zeker niet, vrouw achter gaasdeur! Steeds hadden wij honden thuis, voorname beesten met namen als Balthazar of Rudy.' 'Voorwaar geen joligheden, zoals Brandhaard, of klapsigaar!' En de vrouw achter de gaasdeur (die de vliegen, wespen en bijen buiten diende te houden, maar van zulk een inferieur allooi was dat ze daarin haar rol niet vervullen kon) nodigde onze jonge held uit binnen te komen.
'Wenst u iets te drinken, een aperitief misschien?' 'Dat is zeer vriendelijk mevrouw, een glaasje droge sherry zou me wel smaken, zo u dat in huis heeft.' 'Zo zo, een man met de smaak van een vrouw op leeftijd, dat belooft.'
En zo dronken ze zwijgend een glaasje droge sherry uit Spanje, waarop de honden op hun achterste poten gingen staan en dan om hun as draaiden. De man keek er met verbazing naar, de vrouw met de minzame berusting die een onwankelbaar geloof in het eigen gelijk en de solide zekerheid van haast onuitputtelijke financiële middelen met zich meebrengt.


Voor een man die zijn leven gaf aan de esthetiek van een paar zinnen op papier, had Kris bijzonder weinig aandacht voor schoonheid in andere domeinen van zijn leven. Zijn haar was lang en onverzorgd, zijn kledij ongeïnspireerd en oudmodisch.
In een klein studiootje vulde hij zijn dagen met priegelen op oud papier. Dat ook het papier waarop hij schreef oud moest zijn, verbaasde echter niemand. Met deze man discussiëren was erg vermoeiend.

1 opmerking:

  1. Wat vreemd! De titel van het stukje is 'De wastrommel', maar op geen enkele moment wordt er gewag gemaakt van een wastrommel.

    Verwaaaaaarrend.

    BeantwoordenVerwijderen