donderdag 14 januari 2010

god mode

Voor het eerst zag ik Casablanca, het meesterwerk van Michael Curtiz uit 1942 met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman. Zoals vaker in deze periode in de majestueuze filmgeschiedenis is de soundtrack vol van weemoedige violen. Alhier in de versie van de onnavolgbare Frank Sinatra:



De film is uiteraard zeer de moeite, zeker omdat hij maar dik 90 minuten van uw tijd nemen zal. Een piloot Frans leren duurt gemiddeld veertien keer langer.
Wat liefdesdriehoeken betreft doet hij mij momenteel uiteraard sterk denken aan The Great Gatsby, die ik nu bijna volledig achter de kiezen heb. In de fantasie van Fitzgerald zijn het wel dubbele driehoeken. Dat het boek zich in the roaring '20's afspeelt is geen bezwaar, van venn-diarammen tot driehoeken, dat is alles tijdloos.
Als olifantansaus heeft Casablanca de wereld veroverd, en de befaamde criticaster uit de Verenigde Staten van Amerika zegt over de smile en smoel van Ingrid Bergman in de film dat ze er ineffably sad and tender and nostalgic uitziet. Na controle blijkt dat deze vrouw, die stierf twee jaar voor mijn geboorte, er inderdaad als een roomkaas uitziet in het zwart-wit. Zoals Lauren Hill op de foto's van Cartier-Bresson.

Verder groeit het afgesneden stuk vinger vlot weer vast, als het een edel instrument van Darwiniaans erfolg betaamt! Niet minder dan drie devote fans spendeerden ieder vier uur aan een artist rendering van het ongeluk van eergisteren, compleet met koud zweet, geldig doktersvoorschrift en ongeldig bloed (dat was vreemd genoeg blauw).

1 opmerking:

  1. Florrrrr2:52 p.m.

    Ik vond vooral het einde van Casablanca verrassend, met die weinig aan de verbeelding latende suggestie dat Bogart 'gay is' voor de Franse flik.

    ZAG IK ALVAST NIET AANKOMEN!

    BeantwoordenVerwijderen