zondag 24 januari 2010

't parkske

Drie dagen lag hij stil in het park. De ogen gesloten, maar zelfs dan bleef er een streep wit zichtbaar, als bij een levende dode. Verder leek hij daar niet op. Moest men zijn spieren inoliën, het zou geen zicht zijn, maar gezond was hij nochtans wel. Kon heelder varkens in tweeën breken met zijn blode handen. Zelden gezien, de snelheid en souplesse die hij tentoon spreidde met zijn dik lijf. Hem zien leven was anders geen straf. Dronk de meest gigantische Rus zo onder tafel. Kon die man ook tergen zonder ooit agressie uit te lokken. Probeer dat maar eens wanneer je in een spraakverwarring een ex-soldaat die in Tsjetsjenië meerdere kogels in vlees deed vliegen lijkt te beledigen.

Volgens de overlevering heeft hij ook in Amerika gewoond. In een woestenij ergens in het Zuiden. De grond is daar soms goedkoop als drek, maar dan moet je er wel de slangenbezweerders, nektapijten en weerzinwekkende vetrollen bijnemen. Gelukkig keek hij altijd wat loensend voor zich uit, zodat ze dachten dat hij simpel was, een dompelaar, een rioolrat. Dat was ook zo.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen