zondag 28 februari 2010

Het was een ontmoeting

Op een chaise longue zit een man in een flanellen hemd. Het type hemd dat archetypische houthakkers dragen in verhalen van grootmoeders die naar Canada zijn verhuisd toen ze twaalf waren. De man rookt een pijp. Het type pijp dat archetypische Sherlock Holmsen roken in de boeken van Doyle. Geruite pantoffels staan keurig naast elkaar op de grond voor de zetel. Op een glazen bijzettafeltje staat een glas warme melk met kaneel, honing en koriander, een gevolg van een bezoek aan India. Het boek dat de man leest is van Jules Verne. Niet toevallig is het een eerste druk.

De deurbel gaat en de man staat op. Voor hij op de knop van de parlofoon drukt gluurt hij heel even uit het raam. Tot zijn verbazing liggen er lange spaghetti's op straat. Hij knijpt zijn ogen nog tot spleetjes om zich ervan te vergewissen dat hij niet droomt, maar hij is klaarwakker en vergist zich niet: op de stoep en tot halverwege het asfalt liggen tientallen lange spaghetti's. Als geïnjecteerd met adrenaline voelt de man een golf van opwinding, jazelfs razernij opkomen. Hij klemt zijn kaken op elkaar, balt zijn vuisten, spant zijn spieren en loopt naar de deur, die hij met een ruk openmaakt. De verbouwereerde verkoper van diepgevroren voedingswaren die daar stond te wachten heeft amper tijd om het schaakbordpatroon dat op de borstkas van de woedende man is geïnkt te bestuderen, want hij wordt ruw terzijde geduwd. Onze bezeten held rent schuimbekkend richting de lange spaghetti's, die hij ondanks zijn toestand liefkozend begint te strelen.

Enkele weken later is alles weer in orde, en dat is voor iedereen een opluchting.

2 opmerkingen:

  1. Het lijkt me dat je je verhaal plots zelf beu werd.
    Hoe juist ben ik in die veronderstelling?

    BeantwoordenVerwijderen