woensdag 3 maart 2010

Schel

Met natte haren fietste Joost naar huis. De donzige haren op zijn bovenlip, waarvan de uiteinden wat donkerder kleurden, waren nat. De hond van zijn vriendin had hem daar gelikt. Joost vond dat maar niets. Thuis wachtte hem een zonderlinge vader en een moeder met één oog, één been en de gave van de genialiteit. Vader bouwde in de kelder aan een slingerarm naar laat-middeleeuws model op schaal 1:3 en op zolder speelde hij meerdere uren per week tetris op een oude spelconsole, aangesloten op een projector met een beelddiagonaal van 3 meter.
Op school had Joost last met Frans, maar in wiskunde, fysica en sport blonk hij uit. Zijn tengere lichaam was sterker dan men zou vermoeden. Soms telde hij tijdens de les zijn aders. Het waren er veel.

Volkoren boterhammen met armetierige kaas en magere melk slobberde hij elke middag naar binnen. Daarna ging hij soms languit op de speelplaats liggen, zelfs als het regende en er zich grote plassen water vormden omdat de afwatering van de school dringend aan onderhoud toe was (maar voor de directeur was dat geen prioriteit omdat die met een wagen op hoge poten rondreed). Hij liet de druppels dan als een spoelmiddel op zijn oogbollen vallen. Mede door die taaiheid zou hij wellicht geen probleem hebben gehad met het inbrengen en uitnemen van contactlenzen. Jammer genoeg voor de liefhebbers van het testen van hypothesen zou Joost slechts twee keer in zijn leven contactlenzen inbrengen. De eerste keer tijdens een halloweenfeest dat hij in de Verenigde Staten meemaakte. Daar aanwezig om deel te nemen aan een roeiwedstrijd, werd hij al snel het middelpunt van de aandacht door zijn gevatte opmerkingen en algehele 'Europeesheid'. Zijn nieuwe vrienden daagden hem uit om een complex halloweenkostuum te dragen, en daar hoorden zwarte contactlenzen bij.

De tweede keer was tijdens zijn huwelijk, omdat zijn aanstaande vrouw vond dat de kleur van zijn ogen niet bij de kleur van haar jurk paste. Dat mondde dan uit in zoiets:

Toen hij de bevalling van zijn eerste kind meemaakte, was Joost gelukkig als een teerling, maar tegelijkertijd angstig als een dobbelsteen. Het zou nooit meer zijn als voorheen, en dat wist hij. Melk zou de plaats innemen van bier. Luiers de plaats van gedroogde vissen uit Kameroen. In de loop-in-frigo zouden de karkassen van platge(t)reden honden, eekhoorns, dassen, paarden, katten en paden moeten wijken voor heelder karrevrachten olvarit, liga cé, nestlé navoederpoeder en fruitpap.

1 opmerking:

  1. Dit stuk eindigt wel zeer tragisch. Arme Joost, ik voel met hem mede.

    Beste zin: 'Volkoren boterhammen met armetierige kaas en magere melk slobberde hij elke middag naar binnen.'

    Slechtste zin (nee echt, dit trekt op geen kloten): ...'was Joost gelukkig als een teerling, maar tegelijkertijd angstig als een dobbelsteen.'

    BeantwoordenVerwijderen