maandag 26 april 2010

Dood Vlees

Hoewel ik momenteel naar de onnavolgbare liefhebber van mannenliefde Rufus Wainwright luister, bereid ik ook Stoofvlees voor een heleboel mensen. Vijf kilo dood vlees ligt in wonderbaarlijke vochten in twee grote koperen kookpotten gaar te koken. Stoven kunnen we dat na toevoeging van meer dan twee liter Kasteelbier niet meer noemen. Naar alle verwachting zal er morgen naarstig van gesmuld worden, wat niet alleen positieve vooruitzichten, maar ook negatieve stress veroorzaakt, want zeker is men in de keuken nooit, tenzij Pietje op je vingertjes kijkt.

Verder leek slagerij Burms, alwaar het fijne vlees op mij lag te wachten, heel even op een gezellige ersatz-versie van Slagerij Vangenechten uit Van Vlees en Bloed, inclusief op de motorfiets arriverende hulpslager met dito postuur.

Tot slot kwam ik vandaag iemand tegen die ik al heel lang niet was tegengekomen. Blijkt die man een bijzonder gebrek te hebben ontwikkeld: de drang om steeds gepast te betalen. Natuurlijk lijkt zoiets in tijden van elektronische foefjes heel eenvoudig, maar zo'n plastic kaart weigert hij te gebruiken! Die rekel loopt met grote hoeveelheden biljetten en muntstukken rond, en analyseert zijn rekeningen minutieus om uit te pluizen of hij nog een extra rolletje stukken van één eurocent moet meenemen. Niet te verwonderen dat hij krom loopt als een mishandelde boerenknol!

2 opmerkingen: