vrijdag 16 juli 2010

Dustpan, Ohio (deel III)

Fietsend door de Vastgoedmagnaatstaartstraat moest Rudi aan de natuur denken. Hoewel het hem wat moeite kostte, beeldde hij zich alle leven op aarde in, als een kloppend hart in een peilloze kosmos vol zwarte gaten en antimaterie. Jammer genoeg reed hij door deze mentale inspanning tegen een paaltje, en bezeerde hij bij zijn val de linkerelleboog, waar, zoals we allen weten, verscheidene zenuwen samenkomen, of alleszins knooppunten zitten die de boel doen tintelen en stralen op vervelende wijs.
Sakkerend en vloekend probeerde hij tijdens de verdere rit naar huis te denken aan simpeler dingen, zoals kernfysica, sp.a-kopstukken en Tik Tak.
Voor zijn woning lag een dode slang in de goot, de slappe staart reeds hangend in het rechthoekig rooster met zo van die heel erg dikke, bruine, verroeste staven, waarmee het kwaad kersen eten zou zijn moest je een blinkende magneet zijn van het ronde type.
Afijn, Rudi pakt die slang natuurlijk vast, met een paar oude huishoudhandschoenen en zoals de pro's, net achter de kop, hoewel dat gezien de slappe en dode aard van het beest volslagen overbodig was. Na enig opzoekwerk op een slangenforum bleek het om een een ringslang te gaan. Hoe dit worstvormig dier in zijn straat terecht kwam was Rudi een raadsel. Zijn kinderen, Louise (10 jaar) en Thomas (acht jaar), kon dit mysterie uiteraard niet schelen en ze waren zeer in hun schik met het dode reptiel, trokken het zonder verpinken de bek open en betastten het lange, koude lijf.
Ondertussen schreef Rudi's vrouw, Cybelle, op de zolder die van maar liefst 12 grote dakvensters was voorzien (een zegen in de winter, een vloek in de zomer), aan enkele zinnen van het volgende type:
 
Met een sierlijke coup de grâce beëindigde Micheline het leven van de ijlende beëdigde ambtenaar, en dat zelfs zijn eigen kinderen hierdoor niet geperturbeerd waren, zegt veel over de zwijnenstreken en algehele kwaadheid die uiteindelijk resulteerden in zijn heengaan.
 
Haar bedoeling was een boek te vullen met dergelijke ongein, in de hoop dat een Nederlandse of Zuid-Afrikaanse uitgever haar zouden betalen om dit op de markt te brengen. Maar aangezien Cybelle van erg goede komaf was, en ze derhalve voor het geld niet hoefde op te staan, voelde ze quasi geen druk om vaart te maken met de afwerking van haar werk.
Toch probeerde ze aan minstens één zin per dag te komen, een bescheiden doel dat ze desalniettemin slechts 10 dagen haalde in de laatste maand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen