maandag 16 augustus 2010

"Ach," denkt Bart met op zijn aangezicht een lach, "wat luister ik toch graag naar Bach!"
 
Bart Spillebeen zit in een comfortabele zetel met een glas cognac (Remy Martin X.O.) bij de hand. Zijn benen liggen op een tafeltje (Maarten van Severen) waarop hij een kussen heeft gelegd. De muziek komt uit twee grote luidsprekers van Bowers & Wilkins die tegen de muur staan en verbonden zijn met een versterker van McIntosh en een SACD-speler van Denon. Tegen de muren heeft Bart, bij het inrichten van zijn 'melomanenkamer' enkele jaren geleden, samen met zijn vader dikke lagen geluidsisolatie aangebracht. Ook het valse plafond is met die optiek geïnstalleerd. Als afwerking heeft hij gekozen voor een lederen Chesterfield-stijl met noppen, zoals men weleens ziet op de deur van een arts of notaris of advocaat of deurwaarder. Als licht-autistisch man heeft deze raamloze kelderruimte voor hem de status van droomgrot, een schuilplaats waarvan hij de schepper is en waar orde, netheid en symmetrie heersen.
Daarom ook is de ruimte een perfect vierkant, met in de zuidelijke muur een dubbele deur uit metaal, die zo zwaar is dat deze met een groot tegengewicht bediend moet worden. In het midden van de ruimte staat alleen de relax-zetel van waaruit de muziek het best klinkt. links van de zetel staat een eerste klein bijzettafeltje met een sierlijke onderlegger voor de drank die hij drinkt. Rechts een tweede bijzettafeltje, uiteraard hetzelfde als links, waarop het boek ligt waarin Bart op dat moment aan het lezen is. Voor de zetel een lager meubel waarop hij zijn benen kan strekken.
De verwarming zit in de vloer.
De verluchting in het plafond.
Verlichting in beiden.
De muur tegenover de deuren (noordkant) bestaat volledig uit een diepe bibliotheek (tussen 45 en 60 cm), waarin ook de bar, de luidsprekers en de geluidsinstallatie verwerkt zijn. Dit klassieke, maar toch niet overdreven versierde meubel is gevuld met de oeuvres van Barts favoriete schrijvers (uiteraard in hardcoverversies), een reeks koffietafelboeken en de pronkstukken van zijn collectie: 15 eerste drukken, waarvan hij er slechts enkele aan de buitenwereld wil tonen. Elke eerste zondag van de maand trekt Bart witte handschoenen aan en zet hij een mondmasker op. Voorzichtig haalt hij dan één van die boeken uit de glazen kast waarvan de temperatuur en luchtvochtigheid constant gecontroleerd worden, en legt het op een leesplank, die aan de muur is bevestigd middels een in de hoogte verstelbare arm. Terwijl een rustig cello-concerto weerklinkt bladert hij door het boek en zuigt hij de zinnen in zich op. Meestal is hij dat na een dik half uurtje wel beu, en dan moet het boek zo snel mogelijk weer weg. Eén keer was hij zo gehaast dat hij zijn meest kostbare exemplaar bijna op de grond liet vallen. Toen voelde Bart zijn hart kloppen in zijn keel.
Als thuiswerkend vertaler komt Bart weinig met mensen in contact. Zijn vrouw, die Anna heet en bijzonder groot en slank is, heeft een veeleisende werkgever en vertoeft vaak in het buitenland. Wanneer ze samen thuis zijn, kookt Bart recepten uit de boeken die zijn vrouw koopt volgens een schema dat de gezondheid niet in gevaar brengt: tweemaal per week vlees, tweemaal vis en voor de rest veel seizoensgroenten, volkorenproducten, noten, granen, zaten en bonen. Hij laat de boodschappen thuis leveren, en betaald daar met plezier een kleine meerprijs voor.
Zijn vertaalwerk krijgt hij per fax, email of post bezorgd, en in zes tot 10 blokken van 45 minuten werkt hij daar geconcentreerd aan. Voornamelijk zijn dat technische handleidingen voor apparaten en software uit de petrochemische industrie. Elk uur houdt hij zich gedurende een kwartier met iets anders bezig. Vaak is dat lichaamsbeweging. Hij trekt zich dan op aan een staaf die hij met 5 dikke vijzen in de muur heeft bevestigd, of bokst even tegen een zware zak, die ernaast hangt. Zo gaat hij meestal door tot hij net niet zweet, want zweten vindt hij niet zo fijn.
 
In de hete weken van het jaar gaat hij dan ook vaak in de kelder zitten, waar het fris is. Tijdens de zomermaanden voert hij sowieso geen opdrachten uit, tenzij het een noodgeval is om een bevriend vertaler uit de nood te helpen. Veel bevriende vertalers heeft Bart Spillebeen niet, en dus kan hij zich in juli, augustus en september heelder voormiddagen wijden aan het onderhoud van het huis, de tuin en het zwembad, omgevingen die begin oktober dan ook een tijdschriftwaardige eenheid en ordelijkheid kennen. U zal begrijpen dat Bart en zijn vrouw geen kinderen hebben. In de plaats daarvan buigen ze zich wel samen over een exquise collectie traditionele Japanse bonsaïs. Deze liefhebberij ontwikkelden ze toen Anna een paar weken na een zakenreis in Japan werd uitgenodigd om de privétuin van één van de Japanse afgevaardigden in België te bezoeken. Zoals we weten straalt een Japanse tuin iets uit dat liefhebbers van beredeneerde, stoicijnse esthetiek aantrekt, en aan het eind van het bezoek kreeg ze een klein boompje mee, samen met een boek met uitleg. 
Voor het jaar om was, hadden ze een collectie van tien stuks opgebouwd, en waren ze vertrouwd met de klassieke snoei- en presentatiestijlen en het voor leken hermetisch jargon. Een aannemer bouwde in een wat zonneligging betreft uitstekende hoek van de tuin een grote, halfingegraven serre voor de niet winterharde varianten, en Bart en Anna kochten voor een fortuin aan gespecialiseerd alaam voor het onderhoud van deze wonderbaarlijke cultuurproducten. Deze tangen, scharen, potten, meststoffen en rollen koperdraad van diverse dikte zitten opgeborgen in een strak werkmeubel dat de smalle kant van de serre volledig inneemt, en waarop de bomen die aan onderhoud toezijn op de ideale hoogte behandeld kunnen worden. Hun liefde voor de miniatuurbomen gaat zelfs zo ver dat Bart foto's neemt van de te snoeien exemplaren wanneer zijn vrouw in het buitenland zit en deze doorstuurt naar haar. Zij tekent er dan genummerde suggesties en opmerkingen bij, en dan bespreken ze die nog per telefoon om tot een snoei-consensus te komen.
 
's Middags eet Bart vaak te veel, één van zijn weinige werkpunten. Vooral na een broodmaaltijd met fijne Franse kazen en een glas melk wordt hij slaperig. Nu hij 55 jaar oud is vecht haar daartegen niet meer, en dus ligt hij rond 13.30u vaak te slapen in een vreemd zetelbed dat hij zelf heeft ontworpen en dat tegen de muur is bevestigd. Zo kan hij de vloer nog makkelijker door die robot laten stofzuigen. Omdat hij lang slapen obsceen vindt, beperkt hij deze siesta tot 25 minuten, waarna hij verderwerkt, zwemt of met een loodjesgeweer blikjes omverschiet in de kelder.
Einde.
 
Deel II
Kijk er rijdt een bestelwagen achterwaards die poort binnen. Oei hij botst! Wat nu?
Kijk er stapt iemand uit. Het is een man (vreemd).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen