maandag 6 september 2010

oeps mijn haar is te kort

"Moeder, die kappersschool interesseert mij niet meer. Ik wil de wijde wereld in, weg uit dit keurslijf dat jij een leven noemt. Al die sociale verplichtingen, de hypcrisie, de leugens, de achterklap, ik ben het beu!"
"Zoontje, ik ben blij dat je mij dit allemaal vertelt. Ook ik lijd hieronder, elke dag weer opnieuw. Maar het leven is een strijd, een molensteen die we van onze ouders en onze genen en onze omgeving hebben meegekregen,
en die ons naar beneden houdt, ons het dromen moeilijk maakt."
"Hoe komt dat toch dat je mij dat nu pas vertelt? Ik smacht naar herkenning, erkenning en een fris glas appelsap, een boterham met pindakaas en confituur en een paar uurtjes rust om naar een film te kijken met Danny Trejo of
Robert De Niro of misschien een sociaalrealistische parabel van een Italiaanse regisseur uit de jaren 1950."

En weg was David (lees deevit), de wijde wereld in.
Maar aangezien David in een dorp woonde, waar de grond veel klei bevat, had hij het moeilijker dan gedacht om zich aan zijn heimat te onttrekken. Steeds weer botste hij op weerstanden die hij niet kon overkomen. Vrienden, huisdieren, computerspelletjes,
een vrouw en kinderen, enzovoort.

Momenteel leeft David alleen in een caravan (lees keireiven) op een klein braakliggend veld tussen het huis van zijn grootouders en zijn ouders in. Af en toe gaat hij zijn sokken wassen in een beekje en daarbij praat hij tegen de natuur, het water,
de bomen, de tientallen kinderen die hem omringen en in hem een heiland zien, een messias. "Lieve kinderen - even tussendoor moet ik wel melden dat David zich vrijwillig heeft laten ontmannen (dus echt van stok en wortel laten ontdoen), maar vraag me niet waarom - kom nader, kinders, en zet jullie neder, want ik ben de leider, de herder, en jullie zijn schaapjes." En plots ontpopte David zich tot een kleuterleider zonder voorgaande. Hij scheerde enkele echte schapen, maakte nepbaarden van de wol die hij de kinderen gaf, jongens en meisjes gelijk, en allen lachten en zongen en sprongen en maakten veel plezier.
's Avonds, wanneer iedereen in een warm bedje lag te snurken en te schurken, rilde en sidderde en beefde David in zijn veel te dunne slaapzakje op een ingezakt matrasje met vlekken, in zijn lekkend woonwagentje. De eerste weken hadden zowel zijn ouders als zijn grootouders verwoede pogingen gedaan om hem naar binnen te krijgen, in een echt huis met centrale verwarming, overdadige isolatie èn een vette open haard, die de temperatuur binnenskamers deed oplopen tot circa ongeveer zoiets van een 27 graden celcius, zodat hij warme pap zou kunnen eten (ook goed voor zijn lintworm) om aan te sterken en meer van de dingen die rijke mensen doen in woonwijken in de winter.

Niet veel later won hij die jammerlijke loterij der genenpoel: een allesverwoestende kanker in lever, hersenschors, mond en prostaat, en zo kwam, veel te vroeg, een eind aan het leven van deze gesjeesde kapper, die zoveel gaf in zijn leven, en zo weinig terugkreeg.

En nu heb ik zin in een lekkere kaasfondue!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen