zaterdag 9 oktober 2010

Broergonje

'Mannekes, de zon schijnt! Kom, doe allemaal maar uw schoenen aan, uw WANDELschoenen, en pakt uw frakskes. Dat moeten geen te dikke frakskes zijn, gewoon iets tegen de wind is goed.'

Het is zondag, half twee, en Rudolf maant zijn zeven kinderen (leeftijden 4 tot 18 jaar) aan om mee te gaan wandelen.

'Mag ik rijden?,' vraagt Rudolf Junior, de oudste zoon van Rudolf. 'Ja,' antwoordt vader. En weg zijn ze met de grote wagen, waarin geen enkel kind opgevouwen moet worden. Enkele kwartieren later komen ze aan aan de rand van een natuurgebied. Vader draagt op zijn rug een groene rugzak met bruinlederen gespen, waarin bananen en appels zitten, en flessen water. Vreemd genoeg hebben alle kinderen een digitaal fototoestel rond hun nek. Als kolibries beginnen ze foto's te trekken van de natuur, elkaar en de wolken. Later zullen allen op één groot scherm de foto's tonen aan grootmoe en petemoei, enkele mensen die ze kennen.

Nu trekken ze er echter zwijgend op uit, want vader wil in stilte van de natuur genieten. Discipline is geen loos woord in dit gezin. Confituur ook niet, want die maken ze zelf van de aardbeien uit de tuin van hun homoseksuele grootvader, waarover Rudolf trouwens een boek aan het schrijven is. Dat zorgt soms uiteraard voor ongemakkelijke stiltes. 

De huidige stilte is vrij eenvoudig. Gewoon je mondje toe houden en staren naar varens, vogels en voze wielertoeristen die van het nieuw aangelegde betonnen pad gebruik maken om doorheen het natuurgebied te sjeezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen