maandag 13 december 2010

Spinokkio

Vroeger dacht ik dat een gebroken nek altijd dodelijk was. En een gebroken rug ook. Dat blijkt niet te kloppen. Soms vallen mensen van de trap, breken nek en rug, en toch blijven die leven. Niet het meest comfortabele leven, maar toch. Vergelijk het met een vaas die in frunnen vaneen ligt. Je kan die ook terug lijmen. Met secondenlijn of houtlijm. Maar steeds zullen de barsten te zien zijn. Misschien is die vaas zelfs niet meer waterdicht (waartoe te kans groot is wanneer je porselein met houtlijm probeert te lijmen). Dan staat dat lor daar stof te vergaren tussen vazen die wel nog werken. Geen goed idee dus, het breken van ruggen of nekken.
 
Als opgroeiend kind, een fase die nog niet volledig lijkt afgesloten - daar het slechts het vaderschap is dat de mannen van de jongens scheidt, kwam de wereld mij voor als een ontzagwekkende plaats, waarin serieuze volwassenen met de waarheid in hun zakken rondliepen, en waarin de overgang van de ene fase naar de andere fase zich voltrok met de plotsheid van een bliksemschicht. Dat zij echter kinderen blijven in uitdeinende lichamen is een waarheid die zich blijft openbaren, wanneer ik mensen met jobs, kinderen, geld, verantwoordelijkheid onzin hoor uitkramen, jaloerse achterklap en oppervlakkig bijgeloof. Steeds weer doemt de film 'Little Children' van Todd Field op in mijn hoofd, een prent die men bij voorkeur bekijkt met een fles wijn van minstens 25 euro bij de hand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen