vrijdag 21 januari 2011

'Kijk naar mijn buurman, die heeft burgerlijk ingenieur gedaan, en zijn vrouw ook, en die zijn al zevenentwintig jaar samen.'
'Wat wil dat zeggen?'
'Dat ze hun huwelijk kunnen smeren met grote hoeveelheden materialisme natuurlijk. Duitse sleeën, een zwembad EN jacuzzi, inbouwapparaten van Gaggenau en Kuppersbusch, een cruise op de Rijn met de ouders, kinderen met rechte tanden en gladde, volle haren, eten dat aan huis wordt geleverd en uiteraard biologisch geteeld is en ga zo maar door.'
'Geld, geld, geld. Maakt dat echt gelukkig denk je?'
'Pas vanaf wanneer iemand meer dan 6000 euro netto per maand verdient, zeggen wetenschappers.'
'Dus die meer dan 90% van de mensen die minder dan 6000 euro per maand verdienen, zijn niet gelukkig?'
'Neen, maar iemand die, ach, laat maar.'
'Waarom?'
Persoon 1 barst nu in zingen uit. De ene aria volgt de andere op, en de fragiele stem van de man wordt gaandeweg voller en steviger, als chocolademelk met witte chocolade. Persoon 2 beent kwaad weg, wat moeilijk gaat in een cel. De maximale afstand tussen deze twee mannen is immers 4 meter. Nadat een bewaker met zijn stok op de deur heeft geklopt, wordt het zingen gestopt.
'Ben je klaar, met je kattengejank?'
'Ja.'
 
En ze gingen te bed.
 
DEEL II (dat overigens niets met DEEL I te maken heeft)
 
Thomas is zijn naam. Tijdens het kijken naar de films van Terrence Malick bekruipt hem het gevoel dat hij in zijn leven niets heeft gepresteerd. Als kind niet, als student niet en als ambtenaar bij het Ministerie van Landsverdediging niet. Met zijn eindejaarspremie in 2009 kocht hij drie dingen: een platte televisie met een groot scherm van hoge kwaliteit, een blu-ray-speler en een vuistdik boek over de geschiedenis van de film. Met zijn kredietkaart in de aanslag en zijn laptop binnen handbereik begon hij te lezen. En te bestellen. Het bekijken van die vroege films, van 'Le Voyage dans la Lune' van Mélies over de strapatsen van de broers Pathé of Edison tot 'The Great Train Robbery' van Porter, verliep moeizaam. Alles kwam hem oud voor, en zijn brein, dat door het veelvuldig surfen op het internet en het kijken naar hedendaagse films in een keurslijf van haast en korte aandachtsspannes was geduwd, had moeite zich aan te passen. Maar gaande weg ging dat beter, en verdiepte hij zich met steeds meer plezier in zijn nieuwe hobby.
 
Tegelijk wees het avontuurlijke aspect van het maken van een film hem pijnlijk op zijn eigen grijze bestaan. De lijdensweg die sommige producties ondervonden, om dan, hopelijk, te culmineren in een superieur estethisch werkstuk, trok Thomas sterk aan. Hij fantaseerde zichzelf een eigen heroïek bij elkaar, die in zijn realiteit zo afwezig was.
 
Nu kijkt hij voor de zoveelste keer naar 'The Thin Red Line' en weer grijpt de film hem aan, alsof een reuzenhand zijn lichaam omsluit.
 
Overmorgen zal hij dan maar een bedrijf oprichten, want dat is pas echt succes in deze wereld.
 
DEEL III (dat niets met DEEL II te maken heeft, maar een beetje met DEEL I)
 
'Bij elke stap vooruit in mijn carrière - waarvoor niet voor niets de metafoor van de ladder wordt gebruikt - geraakte ik beter en beter in mijn sas. Je moet weten dat ik altijd al een bijzonder ongeduldig persoon ben geweest. Als kind reeds kon ik het gezever en geleuter en gezwam niet verdragen. Wanneer er in mijn omgeving bullshit werd verkocht ging ik daar met een gezicht als een matte staalplaat tegenin. Nooit heb ik luider gesproken. 
Maar nu ben ik te hoog geklommen, en straks neerkomen zal pijn doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen