dinsdag 1 februari 2011

burgers

Het was op een ijskoude, maar zonnige, winterdag dat Thomas Heylighen, een dertigjarige ambtenaar, plots besefte dat hij zijn sleutels thuis had laten liggen.
'Verdomme, ik heb mijn sleutels niet bij,' zei hij tegen zichzelf, terwijl hij zich op het voorhoofd sloeg met vlakke hand. Toevallig zat daar net de vlieg, die hem al
uren stoorde bij zijn overpeinzingen. Geïntrigeerd pulkte hij die vlieg van zijn hand. 'Jou heb ik toch maar lekker te stekken,' zei hij luidop, en hij vaagde het geplette lijf aan de zitting van de chesterfield waarin hij steevast zijn grote plannen bedacht.
 
In zijn kantoor op de hoogste verdieping van een gebouw dat al jaren in de top tien van hoogste gebouwen van het land stond, had hij een prachtig uitzicht over de zonovergoten hoofdstad, en op de honderden schoorstenen waaruit wolkjes rook kaarsrecht naar boven kringelden. Thomas had door hard werken en harder netwerken eindelijk de hoogste regionen van de ambtenarij bereikt, en door de cumul in allerlei raden van bestuur, had hij zich ook verzekerd van een maandelijks inkomen dat op gelijkwaardige hoogte stond met de lonen van zijn kennissen in priv├ębedrijven.
 
Met een flink deel van zijn spaargeld had hij recent een eeuwenoude clavecimbel gekocht, en een zeldzame sportwagen. Het was van die sportwagen, die hij na zijn werk bij de garage moest ophalen, dat hij de sleutels was vergeten. En dat is jammer. Meer woorden gaan we daar niet aan vuilmaken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen