dinsdag 29 maart 2011

De nacht is zwart in de ogen van de eend

Ik heb heel lang geleden eens een verhalenbundel (of novelle of korte roman, wie zal het zeggen?) gelezen van Harry Mulish. Dat ging over een man op een eiland. Een beetje een sfeertje zoals tijdens bepaalde delen van 'The Talented Mr. Ripley' heerste daar. Al kunnen dat ook verzinsels en scheppingen achteraf zijn, zoals zo vaak met herinneringen schijnt te gebeuren.
Alleszins kwam Mulish mij als een stijfdeftig heertje voor, zo een beetje qua kledingstijl de tegenhanger van Tom Wolfe. Een PolderWolf eigenlijk, maar natuurlijk iets minder megalomaan. Nu ik aan pagina 188 zit (vandaar de titel van dit stuk), merk ik dat daarvan helemaal niets aan is. Als een schelm razen mijn ogen over de pagina's. Vlotjes, Harry! Zeer vlotjes.

Afijn, hier weer een fraaie passage uit dat dikke boek van hem, dat Magnum Dopus:

'Hun paspoorten kregen zij nog niet terug. Zij moesten hun bagage uitzoeken en zonder verdere controle kwamen zij op het rommelige voorplein, waar de hitte hen ontving als een zinderend blok dat op de aarde lag. In een paroxysme van kleuren ging de hemel zich inmiddels te buiten aan een zonsondergang, zoals die in Europa alleen door een krankzinnige belichtingstechnicus verzonnen kon worden, waarop onmiddellijk ontslag zou volgen."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen