vrijdag 24 februari 2012

Verman uzelf

Op de metro vanochtend
Op de trein vanochtend
Toen ik vanochtend op

Het is nu 17:05 en

Het is vijf na vijf en terwijl Thomas staat te wachten voor een rood licht (ja, hij werkt in een stad waar het bon ton is om als een dandy de verkeersregels te respecteren), spreekt een tiener hem aan. Het is een jongen, die minstens 15 centimeter boven hem uit torent. Om u een idee te geven van hoe die kerel eruit ziet: hij zou, wanneer hij door een speling van het lot in New York liep, hier kunnen figureren. Zo'n type dat men niet afgeborsteld zou noemen, zoals een fils à papa die naar een galabal vertrekt, maar eerder well-groomed zonder dat het lijkt alsof hij NEEN WACHT, zoals die sapeurs in Kinshasa! Dat is het. Afijn, die zwarte jongeman zegt dus tegen hem: 'Mijnheer, sorry dat ik u stoor, maar uw kledingstijl is een goed idee, maar zeer slecht uitgevoerd. Doe daar alstublief iets aan. Prettige dag nog.'

Thomas neemt dit beledigende compliment in ogenschouw en beseft dan: verdorie, die kerel heeft gelijk. Maar het gaat verder dan dat. Is niet mijn hele bestaan een slecht uitgevoerd goed idee? Zou ik niet beter met de orkaankracht van Joost Vandecasteele aan de weg timmeren. Allée, dat is meer dan timmeren, dat is wat men noemt een onweerstaanbare drang om te verstoren, zand in ogen te strooien en dan bulderlachend weg te lopen. De vraag is natuurlijk: hoe kan men zich zo'n sturm und drang eigen maken. Die man kiest daar toch niet voor. Al het destructieve dat het met zich meebrengt. Neen, laat mij maar rustig mijn ding blijven doen. Mijn tijd komt nog wel. Zoals die mensen die twintig jaar werken aan een piratenschip uit tandenstokers. Twee decennia hoongelach van familie, vrienden en buren, en daarna PATAAT de nationale televisie op bezoek. IN YOUR FACE KRITIKASTERS, zal het dan zijn. Mijnheer Vandecasteele heeft ook zijn figuur mee natuurlijk. Dat lichaam liegt niet, men ziet dat hij zich altijd smijt. Men leze er 'De Ontdekking van de Hemel' maar op na. Dat is ook de reden dat...

Een balonnenverkoper, een potloodventer en een paar kinderen der jeugdbeweging die wafels, pannekoeken, pizza's en toiletpapier verkopen versperren hem plots de weg. Wat is me dat hier? Ik zal mijn geldbrieven al maar boven halen zeker. Wat heb ik nodig? Twee balonnen uiteraard, de oude waren toch aan vervanging toe. En potloden, natuurlijk, wat is een mens zonder potloden? Hoeveel neem ik er? Vijf? Of zeven, dat bekt beter. Is er geen cijfer met een 'p'? Dat zou het zijn natuurlijk, een allitererend aantal potloden. Mmm, ik kan er blijkbaar niet opkomen. Zeven dan maar, met een oneven getal kan je toch eigenlijk nooit bedrogen zijn. En wat dan nog? Ah ja, die kinderen. Een pizza, daar heb ik af en toe wel zin in. Welke smaken zouden ze hebben? Eens kijken, ah ja, ik zie het al, vier kazen. Daar neem ik er gelijk drie van. Voor mijn ouders elk ook één. Die zullen blij zijn. En als dessert wafels en pannekoeken. Schitterend, ik hoef zodadelijk niet meer naar de winkel toe! En dat toiletpapier, daar neem ik vijf pakken van. Zo hebben we toch weer een mooie reeks van drie oneven getallen, dat is altijd beter uiteraard. Afijn, ik prop dat in mijn rugzak en hoppekee, we zijn er weer mee weg.

Thomas geeft alle straathandelaren een fikse fooi op de koop toe en laat hen verbijsterd om zoveel gulheid achter. Zouden die kinderen die fooi in eigen zak steken of dat braafjes aan de kas afdragen? Dat zou ik wel eens willen weten. Maar wat dan nog, als ze dat bij houden? Misschien koopt één van hen er wel een aandeel mee van een jong maar veelbelovend bedrijf, en wordt dat aandeel over elf jaar zoveel waard dat die schrandere jongeman er een dure elektronenmicroscoop mee kan kopen. Wie ben ik dan om te zeggen dat hij dat geld moet afgeven aan de leiding?



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen