woensdag 4 juli 2012

Oblonsky

Tijdens het pendelen boeken lezen terwijl aan zowel geestesoog als mensenoog moeilijk thuis te brengen elementen voorbijflitsen is aangenaam. Als praktische pragmaticus ben ik ongeschikt voor het oeverloos staren. Spoel door naar 1:20 voor een illustratie hiervan.



Het is een feit dat zij die werkelijk in populaire muziek geïnteresseerd zijn er prat op gaan hun klassiekers te kennen. Britse groepen die tijdens de jaren zestig het mooie weer maakten bijvoorbeeld. Lezers die hetzelfde willen doen en het Engels machtig zijn staat een ietwat overdonderender taak te wachten. Probeer maar eens het volledige oeuvre van een muziekgroep te vergelijken met dat van een schrijver.


Voornoemde Beatles maakten pakweg 10 uur muziek. Dat is amper voldoende om halfweg Anna Karenina te geraken. En dan staan er nog boeken van tientallen, jazelfs honderden, andere kleppers uit de wereldliteratuur te wachten, samen met een eindeloze stroom vijfsterrenromans die door het hippe weekendmagazine van het moment de hemel worden ingeprezen, maar waarvan ook maar een fractie de tand des tijds zal doorstaan. Het is zoals mijn buurman zaliger ooit zei: 'in de mate herkent men de meester.' 


En daarom wil ik liever geen televisie, in de hoop dat de kans dan groter is dat de waan van de dag overstemd wordt door de binnensijpelende genialiteit van de enkelingen die stijl en story hebben weten te verweven tot een verfijnd geheel dat vult zonder eivol te zitten. Enzovoort.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen