zaterdag 25 augustus 2012

Max Havelaar [7]

By vallen en staan ben ik nu de korrektie doorgeworsteld, een korrektie die me meer kost dan 't schryven zelf. In den winter van 1859 immers, toen ik, gedeeltelyk in een kamertje zonder vuur, gedeeltelyk aan een waggelend en smerig herbergtafeltje te Brussel, omringd van goedmoedige maar tamelyk onaesthetische faro drinkers, m'n Havelaar schreef, meende ik iets te zullen bewerken, iets uitterichten, iets tot stand te brengen. De hoop gaf me moed, de hoop maakte my hier-en-daar welsprekend. Nog herinner ik my den indruk die me bezielde toen ik aan háár schreef: m'n boek is af, m'n boek is af! Nu zal alles weldra goed gaan! Vier lange, vier moeielyke jaren had ik doorgeworsteld—en vruchteloos verloren, helaas!—in pogingen om zonder publiciteit, zonder opzien, zonder schandaal vooral, iets te bewerken dat tot verbetering zou kunnen leiden van den toestand waaronder de Javaan gebukt gaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen