donderdag 23 augustus 2012

Vrees niet

Ik las eens in een artikel over Luc Huyse dat hij vaak de zin 'ik heb daar geen mening over' bezigde. Hij zei dat aangaande toestanden waar hij niet genoeg over wist om er iets zinnigs over te zeggen. Ik zou bijna zeggen dat het zoals die Wittgensteinquote is:
'Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen'
maar ik heb 's mans oeuvre niet bestudeerd (god beware mij, ik ben voor filosofie niet in de wieg gelegd, dat kan mijn hierin gediplomeerde bloedverwant W.D. getuigen) en dus zeg ik dit niet.

Ooit zei mij iemand: 'Hoe ga je op de hoogte blijven van de actualiteit als je geen tv hebt?'. Ik zeg daarop dat ik zelfs geen kranten of tijdschriften meer lees voor het moment. Wat is immers een gemiddeld nieuwsitem in de Vlaamse pers? Een snel geschreven, haastig bij elkaar gesprokkeld morzeltje dat je - behoudens enkele uitzonderingen - twee dagen later al compleet vergeten bent. De stapels papier die iedere dag moeten worden volgeschreven over de waan van de dag door een legertje journalisten die daarvoor steeds minder tijd heeft, en dat voor een publiek van - in het beste geval - enkele honderdduizenden lezers, je kan er een gemiddeld weeshuis mee verwarmen (mits dit laatste op zijn minst 18cm minerale wol in de muren heeft zitten).

Voor doorwrochte journalistiek heb je tijd nodig, en dus geld, en dat komt van een brede basis. Lees bijvoorbeeld voor de gein eens dit artikel over een diamantroof uit Wired. Journalist Joshua Davis steekt daarvoor verschillende keren de Atlantische Oceaan over, en dat levert geen windeieren op. A la limite zou ik nog opteren voor iets als dit: http://www.360magazine.nl/, je hebt tenslotte twee weken om daarin te grasduinen en je vermijd de bagger van de individuele media.

Maar zelfs dan mag je nog tien artikels lezen over Syrië of de regeringsonderhandelingen of Kabouter Plop, ik garandeer u dat de gemiddelde Syriër, politicus of Studio 100-medewerker u urenlang kan onderhouden over de verkeerde voorstellingen en fouten die er in staan. Dus wat weet zelfs de geïnteresseerde leek op het eind van de dag van de wereld? Twee keer niks, maar blijkbaar wel genoeg om overal meningen uit te kreten.

Is het dan niet passend nederig, of tenminste een verdedigbare keuze om gewoon te zeggen: laat maar, doe maar, voor mij hoeft het niet?

Reken het voor de aardigheid even uit, al die uren die u wekelijks spendeert voor de lichtbak of met de neus in een krant of tijdschrift. Ik geef grif toe dat dit cijfer kan ingevuld zijn met prijzenwinnende films, series die je hoofd doen tollen van genialiteit en documentaires van het hoogte kaliber, artikels die u vervullen met hoop, teksten die u voorheen ondenkbare inzichten verschaffen.

Maar de kans is groot dat u intussen ook bijleert over de intieme gedachten van een vrouw die op tv komt ('soms peuter ik in mijn neus op het toilet' WABLIEF!), of de hobby's van een voetballer die iedere week een passiefhuis kan kopen met zijn loon ('alleen bij mijn postzegelverzameling kan ik echt tot rust komen' WAT EEN ONVERMOEDE DIEPGANG!).

Stel u nu voor een stukje van deze tijd te investeren in een boek, bij voorkeur minstens tien jaar geleden geschreven, zodat de tijd heeft geleerd of dat werk ook vandaag nog de moeite loont, en u gelijk die dekselse literatuurbijlages in de papiermand kan kieperen met hun dwingende lijstjes en vijfsterrenreviews. Goede fictie sleurt u urenlang mee naar de prachtigste en de gruwelijkste plekken van de mensheid, en alles wat daartussen ligt.

Uiteraard zijn grafische kunsten universeler. Een schilderij van John Singer Sargent, ik kan er zonder overdrijven toch secondenlang naar staren, en de gemiddelde Koreaan wellicht ook. Of neem nu Brecht Vandenbroucke. Fijn wat die daar allemaal op papier slingert, maar het is zoals hij zelf zegt (en ik parafraseer):
 'kunst bekijken is meer dan staren, om te zien heb je bagage nodig, kennis van wat er voorheen is gedaan.'

En die kennis heb ik vandaag niet. Dus ik wéét dat ik slechts oppervlakkig kan drijven op esthetiek.

Film kan aangenaam tijdverdrijf zijn, een etherische ervaring, een totaalspektakel zonder weerga, maar dat geeft u toch vaak de pap in de mond en zonder de ruggegraat van de doorwinterde meerwaardezoeker zit je voor je het weet ook te staren naar een film over een kater, nóg een film over een kater of godbetert 10 (tien!) uur chaotisch semi-dronken gewauwel van Johnny Depp met oogschaduw ergens in de buurt van Cuba.

Goede series, genre The Wire of The Sopranos komen wellicht nog het dichtst in de buurt van een roman. Ze duren alleszins soms even lang om te consumeren. Alleen zijn ze meestal duur om te maken en dus zeldzaam. Een paar weken iedere avond doorbijten en daar bent u zo vanaf.

En naast de fictie is er uiteraard de rijke wereld der non-fictie om de geest eens behoorlijk te prikkelen, het brein te scherpen, het denken te, afijn u weet wat ik bedoel. Het is logisch dat er meer kennis en nuance in een boek van enkele honderden pagina's past dan in een slecht geverifieerd artikel in een weekendkrant. Het genot een bejubeld boek te kunnen uitzoeken over een onderwerp waarin men zich wil onderdompelen, het daarna in uw bezit hebben en het daadwerkelijk lezen, het is zoals dat Fonske in Leuven: de kennis loopt zo naar binnen!

Waarmee ik gewoon wil zeggen: ieder zijn meug, maar kom later niet klagen als uw kinderen niet weten dat de oude man en de zee niet alleen een lied is van Dana Winner.
_

/rant
Doek








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen