zaterdag 29 september 2012

Nantas [3]

Eindelijk trad Flavie binnen. “Mijn dochter,” zeide de baron, “hier is die man. Het huwelijk zal langs den gewonen, wettelijken weg plaats hebben.” En hij ging heen, hen alleen latende, alsof voor hem het huwelijk reeds besloten was. Toen de deur gesloten was stonden beiden sprakeloos tegenover elkander. Nantas en Flavie zagen elkander eens aan. Zij hadden nog nimmer elkander gezien. Zij scheen hem buitengewoon schoon toe met haar bleek en trotsch gelaat, welks groote grijze oogen hem doordringend aanzagen. Misschien had zij die dagen, waarin zij haar kamer niet verlaten had, niets gedaan dan schreien; de koudheid harer wangen moest echter de tranen wel hebben doen stollen, zij was het die hem het eerst toesprak: “Dus, mijnheer, de zaak is in orde gekomen? “Welzeker, juffrouw,” antwoordde Nantas bedaard. Een minachtende trek kwam onwillekeurig op haar gelaat en hem aanziende, scheen zij de laagheid op zijn gelaat te willen lezen. “Zooveel te beter,” hernam zij, “ik vreesde niemand voor een zoodanige koop te zullen vinden.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen