zondag 30 september 2012

Nantas [4]

... Gij hebt behoefte aan een naam, om een fout te verbergen, waarover ik geen oordeel durf uitspreken, en ik geef u den mijnen. Van mijn kant heb ik behoefte aan het noodige kapitaal en een positie in de maatschappij, om te komen waar ik zijn wil, en gij verschaft mij deze twee. Vanaf heden zijn wij twee compagnons, wier inbrengst in de firma zoowat van gelijke waarde is en hebben wij elkander wederkeerig te bedanken voor de diensten, die wij de een den ander bewijzen.” Zij lachte niet meer. Een trek van toornigen trots verscheen op haar voorhoofd.

[...]

“Geloof niet, dat ik mij verkoop voor uw geld,” vervolgde hij. “Ik accepteer uw geld alleen om hoog, zeer hoog te kunnen stijgen ... O, als gij wist, wat er in mij leeft, als gij mijn droom kendet, dien de werkelijkheid steeds weder verjaagd heeft, dan zoudt gij mij begrijpen en misschien met fierheid uw arm leggen in den mijnen, u gelukkig achtende mij de middelen te kunnen verschaffen, die mij in staat stellen iemand van beteekenis te worden.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen