zondag 2 september 2012

Nantas

In het boek 'Nantas', dat men gewoon gratis kan lezen op het internet of op een e-reader of op een gsm, beschrijft Emile Zola het leven van een parvenu. Tenminste, na de eerste drie procent van het verhaal gelezen te hebben, is dat de stand van zaken. Laten we gemakshalve dus maar op de feiten vooruit lopen. 

Het is een kenmerk van goede literatuur dat men zich enerzijds kan spiegelen aan het hoofdpersonage, en dat de schrijver anderzijds een realistisch beeld schetst van de tandwielen der maatschappelijke invloed die iedereen beïnvloeden, als een kwal uit wiens tentakels niet te ontsnappen valt. Er is een bekende generieke droom, waarin men zich plots naakt op een openbare plaats bevindt. Er is daar schaamte, en de wil om spoedig te verdwijnen. Dat is ook het lot van de parvenu. We denken bijvoorbeeld aan de restaurant-scène in Pretty Woman, of dezelfde strijd om aanvaard te worden op een hoger niveau in The Great Gatsby:
"His parents were shiftless and unsuccessful farm people--his imagination had never really accepted them as his parents at all. The truth was that Jay Gatsby of West Egg, Long Island, sprang from his Platonic conception of himself. He was a son of God... and he must be about His Father's business, the service of a vast, vulgar, and meretricious beauty. So he invented just the sort of Jay Gatsby that a seventeen year old boy would be likely to invent, and to this conception he was faithful to the end."
De vraag is: tot welk kamp behoort u? Bent u tevreden met het status-quo, of maalt u er zelfs niet om in de ogen van de goegemeente rechtsomkeer te maken op de sociale ladder en met opgeheven hoofd enkele treden lager te gaan staan? Of heeft u de streber in u gevoed en ontwikkeld tijdens uw jeugd? Heeft u daarom zo flink en zo lang gestudeerd? Maar dat hadden uw ouders misschien ook al? Hoe groot zijn de schoenen die u vullen moet om te winnen aan status? Kan u van de lagere naar de hogere middenklasse opklimmen? Of gaat u onverbiddelijk voor het rentenierschap van de hoogste klasse?

In de praktijk blijft de meerderheid onder ons natuurlijk dabben in de middenklasse, hoewel het einde daarvan tijdens de recente crisis al meermaals voorspeld is, en de armoede ook toeneemt in onze contreien. Zijn de fundamenten van de welvaartsstaat die de middenklasse schraagt aan het afbrokkelen? Of veert de hele boel binnenkort weer op? Als we naar Zuid-Europa kijken ziet het er alleszins niet goed uit. Men moet tegenwoordig masochist zijn om zich te willen verdiepen in die hete brij van politici, economen, bankiers, professoren en de obligate man in de straat die het ook allemaal niet meer weet.

Zoals altijd loont het in zo'n situatie om afstand te nemen en de zaken scherper te zien. Praat bij voorkeur eens met uw (of een) grootmoeder. Peil eens naar de omstandigheden van haar jeugd, de maatschappij van toen, de mogelijkheden die jonge mensen toen hadden om op eender welke manier mobiel te zijn. Het keurslijf dat klaarlag voor mensen geboren in het interbellum is overduidelijk verleden tijd. Natuurlijk waren er voordelen aan die periode: er was duidelijkheid, structuur, meer orde. De man ging werken en kon met zijn loon een stuk grond kopen, daarop een huis bouwen en het vullen met vrouw en minstens vijf kinderen. 

Vandaag gaan twee mensen met een masterdiploma voltijds werken en kunnen ze kiezen tussen een goedkoop appartement of huis met werk aan ergens in de buurt van hun werk, of iets groters verder weg van een stad, met als gevolg dat ze het uitgespaarde geld aan twee auto's moeten besteden. Tenzij de ouders of grootouders met een paar geldbrieven voor de dag komen natuurlijk. Verder is de regel dat er geen regels meer zijn. Alles kan. En dan krijg je natuurlijk de problemen die deze embarras du choix met zich meebrengt. Weinigen stellen dit tegenwoordig scherper dan Paul Verhaege.

Het hoeft dus niet te verbazen dat de lokroep van financiële onafhankelijkheid bij schier iedere loontrekkende wel eens opdoemt tijdens het dagdromen, of vlak voor het inslapen, of tijdens het filerijden, of groentensnijden, grasmaaien, spitten, heggen scheren, haren knippen, rekken vullen, artikels scannen, mensen wassen, honden temmen, vissen kweken, kolen steken, maïs zaaien, knikkers graaien, tennis spelen, koeien kelen, pap koken, sigaren roken, tanden poetsen of ramen lappen. Vandaar de aantrekkingskracht van het loterijgebeuren: de extreem kleine maar bestaande kans om in één seconde tot de hoogste klasse te behoren. De opkomst van Euromillions heeft dan ook tot een spectaculaire toename gezorgd van het aantal parvenus.

Wanneer de som op de rekening wordt overgeschreven, duurt het niet lang vooraleer de bankdirecteur aan de lijn hangt. 'Ah Rudy, hoe gaat het? En met de vrouw en kinderen? Alles goed. Zeg, het is al lang geleden dat we elkaar nog eens gezien hebben, wil je niet eens langskomen voor een gesprek?'

niet veel later

'Private banking heet dat Mariette, dat is voor mensen die minstens een miljoen bij de bank hebben staan. En nu dus voor ons. We zullen dat maar doen zeker? Je wordt dan uitgenodigd ook voor interessante evenementen en zo. Kijk, hier zijn twee kaarten voor de opera.'

'Maar Rudy, dat is toch niets voor ons. Wat moeten wij daar gaan doen?'

'Waarom niet, het is toch gratis. En ik kan misschien nog in mijn trouwkostuum.'

'Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa. Wahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaha. Dat is een goei!'

Mijn motto is: schoenmaker, blijf bij uw leest. Daarom drink ik alleen de allerbeste wijnen, lees ik louter Nobelprijswinnaars en zijn al mijn kleren op maat gemaakt.
Ik bedoel: daarom drink ik af en toe een pintje, lees ik louter Jommeke en komen al mijn kleren van zo'n magazijn aan een steenweg.
Ik bedoel: ...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen