dinsdag 9 oktober 2012

De Kleine Johannes [2]

Daar kwamen zij aan, de menschen. De vrouwen met manden en parapluies in de hand, de mannen met hooge, rechte, zwarte hoeden op. Ze waren meest allen zwart, erg zwart. In het zonnige, groene bosch zagen zij er uit als groote, leelijke inktvlekken op een prachtig schilderij. Er werden heesters uiteengedrongen, bloemen neergetrapt, nog vele witte zakdoeken uitgespreid en de lijdzame grassprietjes en de geduldige mosplantjes gaven zuchtend mede onder het gewicht dat ze te torsen kregen en vreesden nimmer van den slag te herstellen. Sigarenrook krinkelde over de kamperfoelie-struiken en verdreef nijdig den teederen geur hunner bloemen. Harde stemmen verjaagden den vroolijken meezenzwerm, die onder verschrikt en verontwaardigd getjilp in de naaste boomen toevlucht zocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen