dinsdag 27 november 2012

Pallieter - Felix Timmermans [2]




En er kwam achtereenvolgens in overvloed; tarbot met aardappelen, hesp met laboonen, kalfsgebraad met aspergiën, kempische kiekens met salaad, een heel speenvarken, met bril voor de oogskes en appelsien in den snuit, honderd meters worst met witte kool enz., en er werd daarvan gegeten, opgeladen en bijgeschept dat het zweet hen op het voorhoofd stond en in hun telloor lekte. En om alles beter in hun maag te krijgen, goten zij gedurig van het koele bier en den fijnen wijn door hunne keel, zonder kloeken of slikken lijk door een stoofbuis. Het was een lawaai en rumoer, en er werd gelachen als er een wat te weinig at, en op voorhand victorie gekraaid en gezongen.

==========

Een boerenknecht bracht een tweede schotel, maar de kleine sloeg er zijn pollekens in, en de telloor viel met de duifkens in stukken op den grond; tot veler verheuging, want ze waren raar die nog apetijtelijk aten. Stans gaf daarop heur kind een schudding en de kleine begon brand en moord te schreeuwen. Zij opende haar jak, wrong er een dikke witte borst uit, en stak ze in 't roodbekriekt gezicht van 't schreeuwend jong. De kleine sloeg er zijn vettige handekens op en begost te zuigen, 't Rood van zijn gezichtje plakte seffens op haar witte borst.

==========

Hij scheerde de zeisen door het gers, het gers viel om, en het staal ronkte.

==========

Er waren boeren bij die niet omzagen voor een dozijn wafelen, en altijd nog even appetijtelijk de smoorende keuken binnenzagen. Hun mond en handen plakten van vet en konfituren, en zij gaven zich den tijd niet om hun neus te snuiten.

==========

Ze stonden in deze donkere takkenklok als verwijderd van de maanbeschenen wereld, en heel hun hert en ziel zwol in deze stille vereenzaming.

==========

Pallieter omprangde haar vaster, en kuste haar zonder ophouden, op de malsche kaken, op den natten mond, de toeë oogen, dat zij er hals en lijf van rok. Zij was als weggesmolten in zijn hartstocht, en liet zich hangen zonder wil in zijn sterke armen.

==========

en in het dichtbije geboomte van 't Hofken van Ringen viel nu en dan een gebroken perelsnoer van nachtegaalklanken.

==========

en vrij en vrank liet zij heur armen, lijk twee vette kinders, uit de ver-opgerolde mouwen van haar rood slaaplijf komen.

==========

Er kwam geen einde aan den dorst; gedurig aan spoot het bier uit het gat, en er werd gedronken en gelachen dat het zweet hen op het voorhoofd perelde.

==========

De molens stonden met stil kruis, en aan den weg lag een omgekantelde ploeg. Dat was de rust der velden.

==========

Terwijl de meid zich bukte om een cent op te rapen, zag hij haren schoonen bruinen hals, en wip! hij lei een natten kus op het gemollig vleesch. De vrouw wilde hem een klets geven, maar weg was hij op Beiaard, en zwaaide met zijn klak al lachend naar heur om.

==========

de hond baste naar een krassende raaf, die zich seffens in den mist verloor.

==========

Nu had Pallieter een boom, maar een boom, menheer, zooals er misschien geen twee meer waren, 't Was maar een enkele boom, maar hij was er blij mee, alsof hij heel de wereld gekregen had. "Mijnen boom," zei hij "Als d' ander gevallen zen, stade gij hier nog, da beloof ik U! Groeit, mokt blare en neutjes, groeit gelijk ge wilt, en verberg de konijntjes onder uwen grooten voet, groeit!" Hij kwam om winterhout te koopen, en kocht een boom. En met zijn lierenaar schreef hij in de schors het eenigste wat hij ooit geschreven heeft: "Melk den dag!"

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen