donderdag 10 januari 2013

Het gouden telraam

De tweeling heet Bas en Cas. Dat rijmt, en dat doen ze zelf ook ganse dagen. Bas: 'zeg Cas, wat denk je hier van: het cijsje fluit een wijsje naar een meisje in een paleisje tijdens een schoolreisje?' Cas: 'Bas, Bas, Bas, dat lijkt toch nergens naar. Dat zijn kauwgomrijmpjes. Er zit geen diepgang of dubbele bodem in. Luister hier eens naar:
"'Wat jij, verschrompelend, ras tot leven brengt, is deel van jou, uit wat je achter laat; het levensvocht, dat jij, zo jong, verschenkt, heet nog het jouwe als je jeugd vergaat. Hierin leeft aanwas, gratie, goed beleid, daarbuiten dwaas en oud zijn, kil verderven. Als iedereen zo dacht, verging de tijd, zou zestig jaar de wereld doen versterven. Wie de natuur niet uitkoos tot de teelt, het rauwe, plompe volk, blijv' zonder broed; wie zij ook gaf, zijn heeft jou het rijkst bedeeld; koester dus mild dat mild geschonken goed! Ze sneed jou als haar zegel; en een zoon wenst zij gedrukt; gebruik dat rijk patroon."
'Maar dat heb je gewoon van Shakespeare gepikt!'
'Dat kan zijn, maar ik heb het toch maar mooi van buiten geleerd.'
'Je bedoelt uit het hoofd.'
'Whatever.'

Vader komt binnen. 'Wat doen jullie, zoons?'
Unisono: 'wij rijmen, vader.'
'Dan is het goed.'
Vader gaat de kamer uit.

Moeder komt binnen. 'Wat doen jullie, zoons?'
Unisono: 'wij rijmen, moeder.'
'Dan is het goed.'
Moeder gaat de kamer uit, de trap af, de keuken door, de 'mud room' door, het terras over, langs het zwembad, de kassen, de rozentuin, de heg, het hek en laat zich daar in een grote stapel bijeengegritselde bladeren vallen. 'Tijd om wat te mijmeren,' denkt ze. 'Mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnmmmmmmmmmmmmmmmmmmmnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnmmmmmmmmmnmnmnmnmnmnmnmnmn.'

Vader komt langs: 'Liefste, waarom lig je hier in het gebladerte te neuriƫn?'
'Oei, ik dacht dat ik aan het mijmeren was!'
'Ai, lukt dat hier ook al niet meer?'
'Neen!'
'We hebben het hier te goed. Het mijmeren wordt afgeblokt door onze welstand. We zullen een oude hoeve kopen op vier uur rijden in Frankrijk. Dat kost niet veel. Die gaan we dan zelf renoveren. Zo leren de kinderen ook nog eens iets nuttigs. Wanneer we dan na het lange zwoegen in de zomer met z'n allen de heuvelrug beklimmen bij valavond, met in onze knapzak brood, kaas, worst en wijn, en ons gelukzalig zuchtend van de vermoeidheid in onze lijven die niets gewoon zijn, laten vallen op de grond, en naar de ondergaande zon kijken die een instant-instagram-gloed werpt over het onschuldige landschap dat de Fransen massaal ontvluchten, DAN zullen we spontaan beginnen mijmeren aan honderd per uur.'
'Ok dan, begin maar te zoeken, lieve man.'


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen