maandag 30 mei 2016

Hoe zit dat nu met die twee tweelingen? Qua kans en zo?

Als executive producer van twee tweelingen krijg ik minstens één keer per week de vraag: "Amaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaai, twee tweelingen! Hoe groot is de kans daartoe?"

Gevolgd door: "dat is wel heeeeeeeeel druk zeker?", en meestal ook: "voor een vader van twee tweelingen zie je er nog bijzonder uitgeslapen uit. Je maakt ook een intelligente indruk, je bent vastberaden, doortastend, hebt een fijne smaak, je houdt je schouders recht, gaat niet gebukt onder dit of dat, je adem ruikt niet, je nagels zijn proper, oké, je haarlijn is wat aan het wegebben, maar bon, daar kan je niets aan doen, dus al bij al lijk je de zaakjes mooi voor mekaar te hebben."

Waarop ik ingetogen repliceer: "u bent zeer opmerkzaam, ik dicht mezelf al deze eigenschappen evenzeer toe, en meer. Bovendien ben ik een goede vader. Eén van de betere. Misschien zelfs de beste. Dat is toch wat mijn vrouw en kinderen mij dagelijks zeggen. Ik heb ook een goede hand-oog-coördinatie, en ik kan in bomen klimmen. En ik rook niet. Tenslotte ben ik ook extreem bescheiden. Hahahahahaha, grapje natuurlijk, mevrouw! Maar om op uw vraag over de tweelingenstatistiek terug te komen, verwijs ik u graag door naar een blogpost die ik nog moet schrijven."

Let's start the investigazzioné

Het standaardantwoord op bovenstaande vraag is meestal wat ik van de gynaecoloog opving: tweelingen komen bij ons (of dat nu Vlaanderen, België, de lage landen of West-Europa is: geen idee) voor bij 1 op 80 zwangerschappen (dus niet bevallingen?). Het voorkomen van twee tweelingen zou dus 1 op 6400 zwangerschappen zijn. Dit roept enkele extra vragen/opmerkingen op:
  • Er is een verschil tussen de vastgestelde cijfers en de specifieke kans in onze situatie:
     
    • Wij hebben één monozygoot tweeling: Julie en Anna Van Eyken, geboren op 4 februari 2013. Een ééneiige tweeling ontstaat doordat één van de eerste celdelingen na de bevruchting van de eicel door de zaadcel het geheel opsplitst in twee identieke delen, die elk uitgroeien tot (in ons geval) prachtige, intelligente en behulpzame kinderen. Volgens Wikipedia is de kans op een monozygoot tweeling in Nederland 1 op 250. Aangezien het niet mogelijk is om die speciale verdubbelende celdeling uit te lokken, noemt men dit cijfer een universele constante.
       
    • Thomas en Margot Van Eyken (°4 januari 2016) zijn per definitie dizygoot. Dit wil dus zeggen dat mijn vrouw een dubbele eisprong had, en dat beide eicellen bevrucht zijn en uitgegroeid tot enerzijds een beertje heerlijk heertje (Thomas, die bij geboorte een flinke 3700 gram woog), en anderzijds Margotje klein kadootje (al is klein relatief, want ze woog voor een tweeling-meisje een respectabele 3050 gram bij de geboorte en ligt momenteel nog één kilo achter op haar broer, wat uiteraard gezien het geslacht niet onbegrijpelijk is).
We weten nu dat de kans op Julie en Anna 1 op 250 is. De kans op een dizygoot tweeling is minder strechtfoorwaard, aangezien dit sinds de komst van IVF en andere vruchtbaarheidsbehandelingen niet meer uitsluitend afhangt van het voorkomen van een natuurlijke dubbele eisprong.

Gelukkig zijn er veel cijfers te vinden op het internet. We vinden bijvoorbeeld deze grafiek in het jaarverslag van vzw Twins, verbonden aan het UZ Gent (let op het academische gebruik van Comic Sans, hier jammer genoeg niet ironisch toegepast):

In 2014 werden er in Oost-Vlaanderen 251 tweelingen geboren, waarvan 55% spontaan dizygoot. Ongeveer 138 twee-eiige tweelingen dus, op een totaal van 15.460 geboren kinderen in onze provincie. In heel Vlaanderen waren er dat jaar 64.505 eenlingen (98,1%), 1.211 tweelingen (1,8%) en dan ook nog 13 drielingen. 

1,8% van de Vlaamse bevallingen was dus van een tweeling, dat is dus 1 op ongeveer 55. Meer dus dan 1 op 80. 

Als de kans op een monozygoot tweeling 1 op 250 is, en de kans op een natuurlijke dizygoot in de praktijk blijkbaar ongeveer 1 op 99, dan heeft onze situatie een kans van  één op 24.750. We zouden dit nog verder kunnen opsplitsen naar geboortegewicht, aantal weken bij geboorte, enzovoort, en dan wordt het nog uitzonderlijker. Vandaar dat we ons gezegend voelen, en een paar keer per maand een neerhofdier offeren op een klein altaar in de tuin. Handig dat het weer stilaan beter wordt, aangezien onze vriezer begint uit te puilen van de kippen, duiven en konijnen. Dat doet me ook denken aan die mooie uitspraak van Sabine: "en morgen is Frank er weer, met weer meer weer."

Er resten echter nog enkele vragen: 
  • In hoeveel Vlaamse/Belgische gezinnen zijn er momenteel twee tweelingen?
  • In hoeveel Vlaamse/Belgische gezinnen zijn dit de enige vier kinderen?
  • En dan nog onderverdeeld volgens:
    • monozygoot + spontaan dizygoot
    • monozygoot + Iatrogeen dizygoot
    • Iatrogeen dizygoot + Iatrogeen dizygoot
    • monozygoot + monozygoot
    • spontaan dizygoot + Iatrogeen dizygoot

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen